©2018 by Waasse Club Leuven. Proudly created by Derdeur

OVER DE WAASSE CLUB

De clubgeschiedenis

De Waasse Club werd op zondag 6 februari 1898 opgericht door August Borms en Karel Heynderickx. Zij groepeert de studenten uit het Waasland (de omstreken van Sint-Niklaas en Lokeren). Hun kleuren zijn rood-wit-groen met rood als hoofdkleur. De linkerhelft van het schild toont een raap terwijl de rechterhelft ingevuld wordt met de clubkleuren en de zirkel. In de volksmond werd de Waasse Club afgekort tot WC en de commilitones werden de rapeneters genoemd. Zij zouden ook lange tijd de klassieke bolhoed blijven dragen zijn in plaats van het traditionele studentenpetje. In 1982 is de Waasse Club ter ziele gegaan maar nauwelijks zes jaar later, in 1988, blies Raph De Schrijver de club nieuw leven in. Hij was een commilito van de Zuid-Oost Vlaamse Club en nam ook hun gewoonte over om de schachtennamen te kiezen volgens het alfabet. Na vele vruchtvolle jaren ging de Waasse club in 2007 weer ten onder. Tot zij in 2013 door een groep van 9 vrienden weer heropgericht werd. Sindsdien is de Waasse club in Leuven terug aan zijn opmars bezig.

 

HET CLUBLIED

Clublied van de Waasse Club:

Hoezee, zij viert vanavond male
De club van ’t Waasse oord
Nu muizennesten en microben
In ’t gerstenbier versmoord
De raap in ’t schild omhooggestoken
In vurigen knapenmin
En daar er feest is brand er binnen
een vreugdekeersken in.

Refrein:
Hoezee ! Hoezee ! Vrienden van ’t Waasse Gild!
Voeren we de raap in ’t schild!
Vrank ende vrij, vrolijk en blij,
Als pays in ’t land van Waas
Spelen we in Leuven baas.
Harioep! Harioep! Harioep!
Leve de Waasse Club!

De pin van ’t zinnebeeldig wapen
Is maagdelijk wit, en wast
En wroet den schoot der dier’bre aarde
Voor storm en onweer vast.
Het loof van onze raap is groene,
De kleur van hoop, en lacht
Een sterrenrijke toekomst tegen
Lijkt ’t klaksken van een schacht.

De Waasse Club zal zo lang leven
En zo lang zal zij gaan
Zolang er in ons dierbaar Vlaand’ren
Een Waasland zal bestaan
Want lijk ook “Pierlalla”nog immer,
Bleef van de dood bevrijd
Zo zal zij juichend ’t graf ontspringen
Tot spijt van wie ’t benijdt.